Intro:
1 van de meest gebruikte uitspraken in verband met mixen is: „Get it right at the source!”. Ik denk dat we deze allemaal al eens gehoord hebben. Wat me opvalt is wel dat er weinig over gepraat wordt hoe we dat het beste kunnen doen. Meestal wordt er wel gepraat over de verschillende manieren om een drumstel te mic’en bijvoorbeeld, maar niet over hoe we met microfoons een totaal ander soort sound kunnen krijgen. Daar gaat dit artikel over.
Beginnen doen we bij het begin:
Gebruik uw oren! Eigenlijk begint het daarmee. De basis van zowel opnemen als mixen. Maar hierbij wil ik het toch nog eens benadrukken. Belangrijk is dat je altijd voor ogen houd welke sound je wilt bereiken, en of jouw gebruik van microfoons dit ondersteund of juist tegenwerkt. In het eerste geval ben je goed bezig, in het tweede is er nog ruimte voor verbetering.
Om ervoor te zorgen dat we in dit eerste geval terechtkomen zijn er verschillende technieken. Deze ga ik in de volgende paragrafen uitleggen. Belangrijk hierbij is dat je niet gewoon leest wat hier staat, maar er ook mee aan de slag gaat.
Een beetje herhaling:
2 belangrijke (theoretische) zaken bij microfoons zijn:
frequentie-respons: als we willen weten hoe elke microfoon klinkt, is er één aspect dat altijd terugkomt: de frequentierespons. Kort gezegd: voor welke frequenties de microfoon gevoeliger is dan voor de andere frequenties. Bij elke microfoon vindt je zo een kaartje waarop een grafiek staat die de frequentierespons weergeeft. Helpt dit? Het kan een indicatie zijn, maar ik zou me er niet op vastpinnen. Een microfoon die op papier goed klinkt, doet dat niet altijd in de praktijk.
proximity-effect: als we een microfoon dichter bij een bron plaatsen gaat deze anders klinken dan als we deze verder plaatsen. Dit wordt het proximity-effect genoemd.
Er zijn ook nog andere zaken belangrijk, zoals richtingskarakteristiek bijvoorbeeld, maar deze behandel ik nu niet.
En dan nu de praktijk:
Een heel interessant trucje (van mixing with your mind), is het rangschikken van microfoons. Hoe doe je dit? Wel je begint met opnames te maken met iedere microfoon die je ter beschikking hebt. Je kan bijvoorbeeld in elke microfoon hetzelfde tekstje voorlezen, of iets zingen (persoonlijk zou ik voor 1 van deze 2 gaan, en niet voor drums o.i.d.). Hierbij hoor je de verschillen tussen de microfoons onderling zeer duidelijk. Dan kan je gaan beginnen rangschikken. Je stelt een schaal op van zacht naar hard (op klankkleur, niet op volume). Welke microfoon klinkt het zachtst, welke het hardst? Dit lijstje kan je vanaf dan blijven gebruiken. Het beste is ook dat je dit doet met elke nieuwe microfoon die je aankoopt. En dan komt het erop neer om dit ook effectief te gebruiken. Bijvoorbeeld: als je een bron hebt die te schel klinkt, en je wilt dit minderen, kan je een microfoon gebruiken die zachter is. In feite komt het er hier op neer om dichter bij de sound die je wilt bereiken te geraken door de keuze van de microfoon. Heb ook vooral geen schrik om een microfoon te wisselen, misschien dat je er tijdens de opname een minuutje mee verliest, maar tijdens het mixen win je er tijd mee.
Soms weet je nog niet goed welke sound je nu eigenlijk wilt bereiken. Of je wil later nog makkelijk aanpassingen kunnen doen. Dan is het interessant om meerdere microfoons te gebruiken op dezelfde bron. Bijvoorbeeld op een elektrische gitaar, dan kan je 2 (of meerdere microfoons) aan elkaar tapen op het statief. Dan kan je achteraf EQ’en door een blend te maken tussen deze microfoons. Om dit goed te kunnen doen, kan je het eerder gemaakte lijstje ook goed gebruiken. Als je 2 microfoons gebruikt die ongeveer even hard klinken, zal het verschil te klein zijn om bruikbaar te zijn. Je kan dus best microfoons gebruiken die redelijk ver uit elkaar liggen, om zoveel mogelijk opties open te houden, tenzij je zeker bent. Soms kan het dan voorkomen dat je geen blend nodig hebt, maar dat je er met 1 van de microfoons al komt. Des te beter dan, het is niet zo dat je ze allemaal moet gebruiken.
De tweede eigenschap die we eens gaan bekijken, is het proximity-effect. Wat gebeurt er als je de microfoon dichter bij een bron beweegt? Test hiervoor dezelfde microfoon op verschillende afstanden (best van een stem). Het volume gaat veranderen uiteraard. Maar je kan dan de faders naar omhoog zetten in je DAW voor de stillere opnames. Ook de klank verandert. De mate waarin dit gebeurt, verschilt van microfoon tot microfoon. Je kan dit dus best uittesten met verschillende microfoons.
Dit is ook belangrijk om te kunnen gebruiken. Als je weet op welke manier je sound verandert door dichter of verder te gaan, kan je dichter bij het doel geraken.
Tot slot nog een 3de eigenschap om te gebruiken, alhoewel deze niets met de microfoon op zich te maken heeft. We willen weten hoe de opnameruimte klinkt. Om dit te weten te komen, is er een heel simpel trucje. Je neemt de microfoon, en praat in een dode hoek, een plaats waar de microfoon niets opneemt. Zo kan je bijvoorbeeld een figure-8 microfoon onder een hoek van 90° plaatsen. Dan maak je een opname van een spraakstem of zang. Je hoort nu enkel de reflecties van de ruimte, zonder (of toch heel weinig) de directe sound. Dan kan je beslissen op welke instrumenten je wel en niet deze ruimte wilt gebruiken. Hiervoor is er de basisregel: hoe verder hoe meer ruimte. Ook interessant is om microfoons Off-axis te plaatsen als je meer room wilt (zoals bij deze test dus).
De laatste test is een test op de plaatsing. Hiervoor kan je bijvoorbeeld een gitaarversterker gebruiken. Plaats een microfoon voor de bron, neem op, verplaats, neem op,… Bij de gitaarversterker ga je zo merken dat er grote verschillen zitten tussen de verschillende posities voor de speaker. Bekijk zeker deze site eens om te weten te komen hoe je dit uitvoert: How to Mic an AmpPart 1: The Basics « tonefiend archives
En ik benadruk het nog maar eens, niet gewoon lezen, maar doe het ook, probeer uit.
Conclusie:
Door het gebruik van enkele technieken kunnen we ervoor zorgen we bij het opnemen al dichter bij het gewilde eindresultaat komen.
Persoonlijke commentaar:
Ik ben geen pro, maar gewoon iemand die deze kennis wil delen, omdat ik merk dat dit het verschil maakt tussen demo en pro-sounds. Als er opmerkingen zijn, ik de bal volledig heb misgeslagen, laat het dan vooral weten. Het trucje met de hardheid heb ik ook niet letterlijk overgenomen uit Mixing with your mind, ik interpreteer dit lichtjes anders.
Nog een interessante test (geschreven door Radix): homerecording.be forum - Los bericht bekijken - ZOALS BELOOFD DE TEST VAN DE T-BONE SC140 van THomann
1 van de meest gebruikte uitspraken in verband met mixen is: „Get it right at the source!”. Ik denk dat we deze allemaal al eens gehoord hebben. Wat me opvalt is wel dat er weinig over gepraat wordt hoe we dat het beste kunnen doen. Meestal wordt er wel gepraat over de verschillende manieren om een drumstel te mic’en bijvoorbeeld, maar niet over hoe we met microfoons een totaal ander soort sound kunnen krijgen. Daar gaat dit artikel over.
Beginnen doen we bij het begin:
Gebruik uw oren! Eigenlijk begint het daarmee. De basis van zowel opnemen als mixen. Maar hierbij wil ik het toch nog eens benadrukken. Belangrijk is dat je altijd voor ogen houd welke sound je wilt bereiken, en of jouw gebruik van microfoons dit ondersteund of juist tegenwerkt. In het eerste geval ben je goed bezig, in het tweede is er nog ruimte voor verbetering.
Om ervoor te zorgen dat we in dit eerste geval terechtkomen zijn er verschillende technieken. Deze ga ik in de volgende paragrafen uitleggen. Belangrijk hierbij is dat je niet gewoon leest wat hier staat, maar er ook mee aan de slag gaat.
Een beetje herhaling:
2 belangrijke (theoretische) zaken bij microfoons zijn:
frequentie-respons: als we willen weten hoe elke microfoon klinkt, is er één aspect dat altijd terugkomt: de frequentierespons. Kort gezegd: voor welke frequenties de microfoon gevoeliger is dan voor de andere frequenties. Bij elke microfoon vindt je zo een kaartje waarop een grafiek staat die de frequentierespons weergeeft. Helpt dit? Het kan een indicatie zijn, maar ik zou me er niet op vastpinnen. Een microfoon die op papier goed klinkt, doet dat niet altijd in de praktijk.
proximity-effect: als we een microfoon dichter bij een bron plaatsen gaat deze anders klinken dan als we deze verder plaatsen. Dit wordt het proximity-effect genoemd.
Er zijn ook nog andere zaken belangrijk, zoals richtingskarakteristiek bijvoorbeeld, maar deze behandel ik nu niet.
En dan nu de praktijk:
Een heel interessant trucje (van mixing with your mind), is het rangschikken van microfoons. Hoe doe je dit? Wel je begint met opnames te maken met iedere microfoon die je ter beschikking hebt. Je kan bijvoorbeeld in elke microfoon hetzelfde tekstje voorlezen, of iets zingen (persoonlijk zou ik voor 1 van deze 2 gaan, en niet voor drums o.i.d.). Hierbij hoor je de verschillen tussen de microfoons onderling zeer duidelijk. Dan kan je gaan beginnen rangschikken. Je stelt een schaal op van zacht naar hard (op klankkleur, niet op volume). Welke microfoon klinkt het zachtst, welke het hardst? Dit lijstje kan je vanaf dan blijven gebruiken. Het beste is ook dat je dit doet met elke nieuwe microfoon die je aankoopt. En dan komt het erop neer om dit ook effectief te gebruiken. Bijvoorbeeld: als je een bron hebt die te schel klinkt, en je wilt dit minderen, kan je een microfoon gebruiken die zachter is. In feite komt het er hier op neer om dichter bij de sound die je wilt bereiken te geraken door de keuze van de microfoon. Heb ook vooral geen schrik om een microfoon te wisselen, misschien dat je er tijdens de opname een minuutje mee verliest, maar tijdens het mixen win je er tijd mee.
Soms weet je nog niet goed welke sound je nu eigenlijk wilt bereiken. Of je wil later nog makkelijk aanpassingen kunnen doen. Dan is het interessant om meerdere microfoons te gebruiken op dezelfde bron. Bijvoorbeeld op een elektrische gitaar, dan kan je 2 (of meerdere microfoons) aan elkaar tapen op het statief. Dan kan je achteraf EQ’en door een blend te maken tussen deze microfoons. Om dit goed te kunnen doen, kan je het eerder gemaakte lijstje ook goed gebruiken. Als je 2 microfoons gebruikt die ongeveer even hard klinken, zal het verschil te klein zijn om bruikbaar te zijn. Je kan dus best microfoons gebruiken die redelijk ver uit elkaar liggen, om zoveel mogelijk opties open te houden, tenzij je zeker bent. Soms kan het dan voorkomen dat je geen blend nodig hebt, maar dat je er met 1 van de microfoons al komt. Des te beter dan, het is niet zo dat je ze allemaal moet gebruiken.
De tweede eigenschap die we eens gaan bekijken, is het proximity-effect. Wat gebeurt er als je de microfoon dichter bij een bron beweegt? Test hiervoor dezelfde microfoon op verschillende afstanden (best van een stem). Het volume gaat veranderen uiteraard. Maar je kan dan de faders naar omhoog zetten in je DAW voor de stillere opnames. Ook de klank verandert. De mate waarin dit gebeurt, verschilt van microfoon tot microfoon. Je kan dit dus best uittesten met verschillende microfoons.
Dit is ook belangrijk om te kunnen gebruiken. Als je weet op welke manier je sound verandert door dichter of verder te gaan, kan je dichter bij het doel geraken.
Tot slot nog een 3de eigenschap om te gebruiken, alhoewel deze niets met de microfoon op zich te maken heeft. We willen weten hoe de opnameruimte klinkt. Om dit te weten te komen, is er een heel simpel trucje. Je neemt de microfoon, en praat in een dode hoek, een plaats waar de microfoon niets opneemt. Zo kan je bijvoorbeeld een figure-8 microfoon onder een hoek van 90° plaatsen. Dan maak je een opname van een spraakstem of zang. Je hoort nu enkel de reflecties van de ruimte, zonder (of toch heel weinig) de directe sound. Dan kan je beslissen op welke instrumenten je wel en niet deze ruimte wilt gebruiken. Hiervoor is er de basisregel: hoe verder hoe meer ruimte. Ook interessant is om microfoons Off-axis te plaatsen als je meer room wilt (zoals bij deze test dus).
De laatste test is een test op de plaatsing. Hiervoor kan je bijvoorbeeld een gitaarversterker gebruiken. Plaats een microfoon voor de bron, neem op, verplaats, neem op,… Bij de gitaarversterker ga je zo merken dat er grote verschillen zitten tussen de verschillende posities voor de speaker. Bekijk zeker deze site eens om te weten te komen hoe je dit uitvoert: How to Mic an AmpPart 1: The Basics « tonefiend archives
En ik benadruk het nog maar eens, niet gewoon lezen, maar doe het ook, probeer uit.
Conclusie:
Door het gebruik van enkele technieken kunnen we ervoor zorgen we bij het opnemen al dichter bij het gewilde eindresultaat komen.
Persoonlijke commentaar:
Ik ben geen pro, maar gewoon iemand die deze kennis wil delen, omdat ik merk dat dit het verschil maakt tussen demo en pro-sounds. Als er opmerkingen zijn, ik de bal volledig heb misgeslagen, laat het dan vooral weten. Het trucje met de hardheid heb ik ook niet letterlijk overgenomen uit Mixing with your mind, ik interpreteer dit lichtjes anders.
Nog een interessante test (geschreven door Radix): homerecording.be forum - Los bericht bekijken - ZOALS BELOOFD DE TEST VAN DE T-BONE SC140 van THomann
Tutorial: soundshaping met microfoons
Aucun commentaire:
Enregistrer un commentaire